Familiewapen Bolhuis

 

Rietstap omschrijft in zijn “Armorial Général” het wapen Van Bolhuis als volgt:

Parti:

Wapen van de familie Bolhuis

Wapen van de familie Bolhuis

au 1
d’or à la demi-aigle de sable becqué et membré de gueules,
mouvant de parti, et surmonté d’une êtoile d’argent;
au 2
d’azur à une oie d’argant, posée sur une tersse de sinople,
becqué membré de gueules, la tête contourné, tenant en son bec un tréfle de sinople.

Verder vermeldt hij nog dat het helmteken is “une étoile, entre un vol”.

Een Nederlandse wapenbeschrijving zou kunnen zijn:
Gedeeld:

  1. Op een gouden veld, uitkomende uit de delingslijn, een halve zwarte adelaar, met rode snavel en poten, boven zijn hoofd een zilveren ster;
  2. Op een blauw veld een zilveren, omziende gans, met een rode snavel en poten,staande op grasgrond, in zijn bek een groen klaverblad-3.

Dit wapen is nawijsbaar gevoerd door verschillende leden van de familie Van Bolhuis, het komt op een aantal zegelafdrukken en grafzerken voor, staat in kleur in één van de glas in lood ramen van de Martinikerk in Groningen, en mevrouw Noorda-van Bolhuis (genealogie A:XVI-2-a) schijnt in het bezit van een stempel ervan.

De betekenis van de verschillende elementen uit het wapen zou zijn:
De halve adelaar, de zogenaamde “Friese Adelaar” duidt op een bepaald grondbezit. Het figuur is ontleend aan het Duitse rijkswapen. (Groningen maakte immers deel uit van het Duitse rijk). Nu mochten alleen rijksambtenaren het rijkswapen, of een deel daarvan voeren. Veel Groningse en Friese eigenerfde families voeren het ook, niet omdat ze rijksambtenaar zijn, maar omdat ze de grond in eigendom hebben, en daaraan (net als de Duitse keizer zelf) de bevoegdheid ontlenen rechters en andere functionarissen te benoemen. Evenals de keizer, zijn ze geen feodale adel, (hebben ze de grond niet in leen, geen feodium) maar hebben ze een allodium, is de grond hun eigendom. Een feodale adel heeft in Groningen en Friesland eigenlijk nooit bestaan, er was een allodiale landadel, boerenstand die de grond bezat, eigenerfd was, en zich zo gelijk beschouwde aan de keizer.

De ster is een middeleeuws Maria-symbool.
De gans is een symbool van waakzaamheid en opoffering, ontleend aan de ganzen op het Kapitool te Rome, die toen de Galiërs van de slaap van de wacht wilden profiteren om de stad te overvallen, iedereen alarmeerden.
Het klaverblad duidt op het vereiste grondbezit. Een eigenerfde moest tenminste 30 gras (plm. 15 ha) in volle eigendom hebben. Een klaverblad duidt meestal op weiland en eikels op bosland. Met deze wapenaanduiding moeten we overigens voorzichtig zijn, want mogelijk heeft de familie Van Bolhuis het wapen overgenomen van de familie Tammen, die hetzelfde wapen voert, alleen is de ster dan niet van zilver, maar rood.
Sicco Tammen en Baeuwe, te Zeerijp waren de grootouders van Abel Eppens tho Equart. (genealogie A: IV-1-a)

Ook de familie Eenkema voerde later dit wapen. In welke kleuren ze het wapen voerden is niet bekend, het staat afgebeeld op enkele grafzerken van leden van die familie. Ook is niet bekend of deze familie op een of andere wijze afstamd van leden van de familie Van Bolhuis, dan wel de familie Tammen. Evenals Sicco Tammen woonden ze te Zeerijp. Er zijn mij geen gevallen bekend dat dragers van de naam (van) Bolhuis, die niet zijn opgenomen onder genealogie A zich van een wapen bedienden.

_________________

Litt.:
G.F.E. Gonggrijp – Friesche Eigenerfdenwapens, de wapens der Friesche eigenerfden in verband met hun berechtigd en allodiaal erfgoed,

Naarden 1943.